Ik denk, dus ik ben veganist

De vleesetende hypocriet

De vleesetende hypocriet
Leestijd: 8 minuten

Ik moet iets bekennen, iets gruwelijks eigenlijk.

Ondanks dat ik al jaren vegetariër was en ik een plantbased leven nastreefde, heb ik – pak ‘m beet – 2 jaar geleden een periode weer vlees gegeten. Waarom Tris?! Hoor ik je uitroepen. Geloof me lieve lezer, niemand oordeelt harder over mijzelf dan ik.

Zoals alles had dit een reden.

Ik ben chronisch ziek, ik heb een auto-immuun aandoening en daarbij ook een chronisch vitaminegebrek. Ja, je snapt het: B12. Ondanks dat ik dit ook al had toen ik jong was, toen ik vanuit mijn opvoeding nog wel vlees en dierlijke producten at, leek het vooroordeel bevestigd dat vegans en B12-tekort een soort twee-eenheid zijn. Hier werd ik dus op aangesproken door mijn huisarts en mijn omgeving.

Ik kies voor het leven van een zelfstandig ondernemer met de nodige uren werk daarbij. Hierdoor kan ik mijn tijd zelf indelen en even afhaken als het niet meer gaat. Ondanks dat, heb ik veel tijd nodig om te herstellen door meditatie en rust. Doordat ik veel met mensen spreek in mijn werk, is gesprekken aangaan in mijn vrije tijd niet direct een hobby. Een online plantbased steungroep of enig overleg met mede-veggies had ik daardoor niet. Wat ik wél had was een huisarts, ouders en collega’s die zich kritisch begonnen af te vragen of mijn eetgewoonte niet bijdroeg aan mijn klachten.

“Je moet maar eens ophouden met dat rare gedoe.”
“Vegans zijn altijd ongezond, ik had ooit een klasgenoot met een broer die vegan was, doorschijnend,  zo bleek was die jongen…”
“Je kiest voor dieren maar zou zelf daarbij het leven laten.”
“Mensen zijn omnivoor en hebben die voedingsmiddelen nodig.”

De meeste vegans kunnen deze reeksen inmiddels dromen. En de meeste niet-vegans ook, maar dan omdat ze het herhalend oprecht niet begrijpen. Die laatste groep had ik veel om me heen.

Ik kan, net als jij waarschijnlijk, een muur vullen met alle goedbedoelde slechte raad die ik heb ontvangen. Het resultaat daarvan was echter, dat ik begon te denken dat ze het wel eens bij het rechte eind konden hebben. Als je ziek bent, zoekend naar oplossingen en vergaat van de pijn, terwijl niemand je kan helpen én je hoort in je directe omgeving dat het wellicht aan je eigen ‘achterlijke’ eetgewoonte ligt, hakt dat erin.

Zo begon het grote twijfelen.

“Als je nou eens een tijdje vlees ging eten?” zei een vriendin. Zal ik dat doen? “He, he” verzuchtte zij.
Zal ik weer vlees gaan eten, gewoon om te kijken of ik beter word? vroeg ik mijn lief. “Tja, als het werkt” antwoordde hij. Moe van het zien van mijn lijdensweg.
Misschien zijn we inderdaad gewoon gemaakt om vlees te eten en ga ik hartstikke tegen mijn natuur in. Ik vertrouw mijn hoofd niet meer. Ik vertrouw niets meer, alles spreekt elkaar tegen. Hét nadeel van filosofisch onderlegd zijn: openstaan voor elke mogelijke waarheid.

Ik besloot dat ik een jaar lang vlees zou gaan eten, na jarenlang plantbased te hebben geleefd. Het was alsof ik een knop omzette. De eerste keer wilde ik in een restaurant eten om het mee te maken en ook omdat ik het nog niet rauw wilde kopen. Ik dacht dat het heel erg lekker zou smaken. Dat had ik namelijk altijd in m’n hoofd. Vlees is heel lekker maar ethisch volstrekt niet verdedigbaar. Ik bestelde een vleesgerecht. Voorzichtig prikte ik in het rond. Ik keek mijn lief aan. Doen? “Doen!”

Ik besloot dat ik een jaar lang vlees zou gaan eten, na jarenlang plantbased te hebben geleefd. Het was alsof ik een knop omzette.

Ik nam mijn eerste hap vlees sinds 17 jaar. Het smaakte eigenlijk vrij flauw. Lang niet zo lekker als ik had verwacht. Alles wat ik probeerde in de weken er na, babi pangang, spek, kip. Niets was zo spectaculair als ik het me had voorgesteld. Het was eigenlijk helemaal niet veel lekkerder dan wat ik de 17 jaar daarvoor had gegeten. Van lieverlee werd het vlees eten een gewoonte. Al bleef ik kokhalzen van vlees aan bot, zoals kippenpoten. Dit had mijn teken moeten zijn dat het totale waanzin was waarmee ik bezig was. Dat denken toestaan vond ik echter hypocriet.

Mensen om mij heen waren blij dat ik normaal geworden was en ik kalmeerde het gealarmeerde stemmetje van mijn geweten door mijn gezondheid als basis te nemen. Cognitieve dissonantie op z’n best. Ik omarmde het denkbeeld van de oermens en luisterde naar een paleo voedingskundige die me vertelde hoe het zat. De mens eet van nature vlees en het leed viel allemaal reuze mee. Zolang je biologisch vlees koopt is er niets aan de hand. Ik wilde het geloven, ik wilde dat het waar was. Het zou zo veilig zijn, bijna weer zoals toen ik kind was en ik van alles nog niet wist. Als ik gezond zou zijn zou het zoveel oplossen.

Mensen om mij heen waren blij dat ik normaal geworden was en ik kalmeerde het gealarmeerde stemmetje van mijn geweten door mijn gezondheid als basis te nemen.

Na 8 maanden kwam ik in het ziekenhuis terecht, mijn auto-immuunziekte brak verschrikkelijk door. Mijn bloedwaarden waren slechter dan ooit. Vol prednison en antibiotica worstelde ik me de winter door. Ik kwam op de wachtlijst voor immunotherapie. De stem van mijn geweten werd sterker. Had ik niet al veel meer resultaat moeten zien? Was dit wel zo goed? Voor de dieren is het zeker niet goed. Voorzichtig durfde ik dat denken toe te laten, zij het mondjesmaat.

Ik begon naar mijn omgeving voorzichtig te spreken over terugkeren naar een vegetarische leefwijze of zelfs een veganistische. Mijn omgeving begon mij wispelturig te noemen. We willen als mens denk ik graag dat we als we een keuze maken we dit voor altijd volhouden. Dat houdt de boel overzichtelijk.

Na enkele slapeloze nachten bedacht ik mij, dat ik toch liever doodziek, wispelturig en vegan was dan doodziek, congruent en vleesetend.

Opnieuw maakte ik de keuze voor een plantbased lifestyle.

Maar boy oh boy, dat was nog niet zo makkelijk. Ik dacht aan boterhammen met rosbief, terwijl ik mijn vertrouwde vegan boterham belegde. Ik at toch stiekem nog een stukje zalm, omdat mijn moeder het voorzette. En ach één stuk pizza, ik had net bijna een jaar vlees gegeten dus hoefde niet zo hypocriet te doen over één stuk kaaspizza toch? Het moment brak aan dat ik het woord hypocriet leerde kennen als oordeel over wie ik was. Hypocriet werd mijn identiteit in de ogen van anderen. Hoe makkelijk de overgang was naar vlees eten hoe lastig deze was naar vegan.

Na enkele slapeloze nachten bedacht ik mij, dat ik toch liever doodziek, wispelturig en vegan was dan doodziek, congruent en vleesetend.

Wil je nu vegan worden? Lekker hypocriet! Je had toch een leren bank gekregen via de kringloop, ga je die dan wegdoen? Niet? Lekker hypocriet! Je had die jas en dat ene kleed van wol gekocht en nu wil je nadenken over wat het betekent voor het schaap? Hypocriet! Ga je nu dat ijs wegdoen? Dat is hypocriet, je hebt het wel gekocht. Dat is verspilling. Wel geven om de dieren maar niet om mensen die honger hebben. Hypocriet!

Ik heb het idee dat het woord hypocriet het meest genoemde oordeel is naar mensen die op ideële gronden een verandering willen maken. Vegetariërs zijn hypocriet, want hoewel ze geen vlees eten dragen ze toch bij aan veel dierenleed. Vegans met honing in hun thee zijn hypocriet, want ze zijn niet 100% congruent. Mensenrechtenactivisten die in de auto anderen uitschelden zijn hypocriet, want ze waren toch zo menslievend?

Wil je iets goed doen in de wereld? Omarm en accepteer dan ten volle dat je door een miljard mensen als hypocriet zult worden weggezet, om welke onzalige reden dan ook. (En doe het dan gewoon toch!)

Wij mensen zijn onderhevig aan sociale structuren. We willen ergens bij horen en het goede doen. We willen onderscheid maken tussen wat we goed en fout vinden en niet zelden worden we de hogepriesters van ons zelfgecreëerde goed-en-fout universum. Dat lijkt besloten in onze aard. Waar je mee omgaat word je mee besmet zegt men wel eens. Dat is, in elk geval in mijn leven, waar gebleken. De stem van mijn omgeving werd de stem in mijn hoofd. Het fout van mijn omgeving werd mijn fout.

Toch, ondanks die stemmen, besloot ik opnieuw om te stoppen met vlees. Ik was vlees gaan eten omdat ik wanhopig gezond wilde worden. Ik werd vegan omdat ik niet in een wereld wil leven waar we andere levende wezens het recht op leven ontzeggen.

Wil je iets goed doen in de wereld? Omarm en accepteer dan ten volle dat je door een miljard mensen als hypocriet zult worden weggezet, om welke onzalige reden dan ook. (En doe het dan gewoon toch!)

Het leek verstandig om mij aan te sluiten bij gelijkgestemde mensen. Ik had steun nodig en inspiratie en zodoende werd ik lid van een grote facebookgroep.

Ik schrok mij wezenloos.

Op de achtergrond las ik mee, want ik voelde zoveel verwarring en vond mijzelf nou niet bepaald een voorbeeld. Iemand had een jas gekocht met daarin wol. Publiekelijk werd hij terecht gewezen. Grote woorden en theatrale epistels ontstonden onder zijn post. Hoewel ik de behoefte aan bescherming voor de dieren begreep, meldde ik mij als de wiedeweerga weer af. Daar wilde ik me niet mee vereenzelvigen. Ik was er misschien wel bang voor ook. Zo veel harde harteloosheid naar elkaar in het vegan goed-fout universum, en ik als onlangs nog vleesetende hypocriet had me een jaar aan die überfoute kant bevonden. Dat was ik mij zeer bewust.

Schaamte leerde mij het zelf uitzoekenPas na een week of drie merkte ik dat de onbedaarlijke trek in vlees begon af te nemen. Ik begon mij af te vragen of vlees mogelijk een verslavend component bezat en persoonlijk ben ik daarvan overtuigd geraakt. Ik werd vegan met vallen en opstaan. Omdat ik soms het gezeur moe was deed ik niet altijd ‘moeilijk’ als er ergens wat melk in zat. Ja, hypocriet, ik weet het.

Vlees at ik echter pertinent niet en dat was al worstelen genoeg. Waar ik eerder een plantbased leven nastreefde met een zekere angst om anderen aan te spreken werd ik nu toch meer en meer vegan. Het dierenleed werd tastbaarder en ik voelde bezwaar bij leer, werd ambivalent over honing en voelde meer dan ooit de behoefte aan gelijkgestemden.

Ik omarmde mijn hypocriete aard en accepteerde dat ook ik een goede gezondheid mocht wensen. Dat ik daarvoor een weg had gekozen die ontzettend veel leed veroorzaakt had bij dieren erkende ik. Ik vergaf mijzelf. Daardoor durfde ik sterker het dialoog aan te gaan en raakte het woord hypocriet me niet langer.

Toen ik mij aanmeldde bij De Vegansoof was ik toch blij dat er niet direct een oordeel werd geveld over mijn kleine hoeveelheid zinnen. Ik besloot direct open te zijn over mijn niet zo veganwaardige verleden. Het was verfrissend dat ik niet werd veroordeeld op het minuscuul stukje online Tris wat ik liet zien. Dat nodigde uit tot echtheid en authentiek ‘sofen.’

Ik omarmde mijn hypocriete aard en accepteerde dat ook ik een goede gezondheid mocht wensen. Dat ik daarvoor een weg had gekozen die ontzettend veel leed veroorzaakt had bij dieren erkende ik. Ik vergaf mijzelf

Ik begon mij thuis te voelen op “de Soof”. Daar ervaarde ik voor het eerst dat ik níet alleen was in mijn geworstel. En ook dat 100% vegan zijn het beste was wat ik kon doen. Ineens durfde ik wel weer moeilijk te doen over een klein beetje melk. Niet langer at ik ‘wel even’ om de kaas heen om mijn tafelgenoten niet te ergeren.

De keuzen die ik maakte en de feedback die ik van mijn onveranderde omgeving kreeg werden in mijn hoofd gescherpt door de dialogen van Tom, Cies, Remi, Esther, Iris-Marie, Nash, Shen en zoveel andere leden van De Vegansoof. Ik voelde mij niet langer een eenling in de wereld waar het uitbuiten van dieren de standaard is.

De moraal van dit verhaal van deze ex-vleesetende vegan hypocriet is dat we niet kunnen zien in welke worsteling iemand zich bevindt. We kunnen zéker online niet zien wat iemand beweegt. We kunnen niet vermoeden hoe één blijk van vriendelijkheid iemand kan helpen een besluit te maken tegen dierenleed. De wereld verandert niet door de felle discussie. Niet door het spel: wie heeft er hier gelijk, waarin iedereen verliest. Het woord hypocriet zou verboden moeten. Het oordeel heeft geen enkel positief effect.

De wereld verandert door vragen te stellen, te sofen. Door eerlijk, kwetsbaar en beargumenteerd dialoog. Dialoog dat gericht is op het vergroten van begrip voor de dieren en daarmee ook voor onszelf.

In lak’ech

trisha-handtekening

 

Photo by Evan Kirby on Unsplash



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *