Ik denk, dus ik ben veganist

Wie dieren eet, hoort in de gevangenis

Wie dieren eet, hoort in de gevangenis
Leestijd: 2 minuten

Het eten van dieren moet verboden worden. Dat betekent dat vleeseters gestraft moeten worden met bijvoorbeeld opsluiting in de gevangenis. Dat klinkt extreem, maar het is niet betuttelend. Integendeel: het is een liberale maatregel bij uitstek.

Veel mensen beseffen dat het niet rechtvaardig is dieren onnodig leed toe te brengen of te doden. Stel dat we de keuze hebben tussen twee soorten vlees die hetzelfde zijn qua smaak, gezondheid, prijs en alle andere factoren. Voor het ene stuk vlees is een dier dood gemaakt en voor het andere stuk – bijvoorbeeld kweekvlees – niet. Wie zou er dan nog kiezen voor het doden van het dier?

Het probleem is dat we denken het huidige lijden en doden van dieren te kunnen rechtvaardigen. We hebben echter geen dierlijke producten nodig om gezond te leven. Smaak en gewoonte zijn de beste verklaringen voor het eten van deze producten. Als dat een rechtvaardiging is, zou verkrachting minder verwerpelijk zijn als de verkrachter dat lekker vindt.

Zo’n vergelijking vinden we vaak vergaand. Dat komt omdat we onvoldoende beseffen dat het gebruik van dieren voor voedsel een keuze is. We zijn geneigd dit als een gegeven te zien: iets waar we geen rechtvaardiging voor hoeven te geven. Meestal keuren we het af als iemand voor zijn of haar plezier dieren mishandelt of doodt, bijvoorbeeld als ik cavia’s zou schoppen of katten zou verdrinken, omdat ik dat leuk zou vinden. Er is echter moreel geen verschil tussen doden voor plezier en doden voor eten. Omdat er geen noodzaak is voor dat laatste, is dit ook doden voor plezier: je eigen smaakbeleving.

Een verbod op het eten van dieren zou daarom een logische stap zijn. Veel mensen vinden dat te ver gaan. Zelfs veel veganisten en vegetariërs vinden het eten van dieren onder de persoonlijke keuzevrijheid vallen. Verboden zijn binnen een liberale samenleving echter nodig om mogelijke slachtoffers te beschermen. Dit is zelfs essentieel: maximale vrijheid voor iedereen betekent dat jouw vrijheid stopt, waar die van een ander begint.

De kern van het liberalisme is dat iedereen zoveel mogelijk vrijheid heeft, maar dat je anderen niet mag schaden. Alle voelende wezens kunnen geschaad worden. Er is geen reden om niet-menselijke dieren uit te sluiten van de groep ‘anderen’. Het eten van voelende dieren mag dus niet onder de persoonlijke keuzevrijheid vallen.

Dat geldt ook voor ieder ander instrumenteel gebruik van dieren. Instrumenteel gebruik van voelende wezens is onderdrukking. Degene die gebruikt wordt, heeft geen volledige zelfbeschikking meer. Zijn of haar belangen worden ondergeschikt gemaakt aan de belangen van de gebruiker.

Voor een gezond denker is dat een logische filosofie. Zo ook voor filosoof Richard David Precht, die in De Volkskrant betoogde dat we moeten stoppen met het eten van dieren.[1] Hij voegde daaraan toe dat een verbod nu niet wenselijk is, omdat het niet haalbaar is. Het is het schoolvoorbeeld van een denkfout die veel mensen maken. Ze volgen wel de redenering dat er iets mis is met het eten van dieren, maar ze accepteren de conclusie die hieruit volgt niet, omdat die niet bevalt of omdat die te extreem is.

Mede hierdoor blijft de visie dat het eten van dieren verboden moet worden maatschappelijk gezien een extreem standpunt dat bijna niemand serieus overweegt. Dat geldt zeker voor de consequentie van dit standpunt: dat vleeseters in de gevangenis horen. Toch is dat het logische gevolg als we dieren willen beschermen tegen onnodig lijden.

WILLEM VERMAAT


[1]          https://www.volkskrant.nl/wetenschap/we-moeten-stoppen-met-dieren-doden~bc5d5188/



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *