De vegan als hippe vogel

De vegan als hippe vogel

He hoi, mijn eerste blog op de Vegansoof. Dat er maar velen mogen volgen en jij als lezer en ik als schrijver een diepe virtuele band mogen smeden (dikke knipoog).

Mijn naam is Trisha, zeg maar Tris, dat doen al mijn vrienden. Ik heb een master in social work en een bachelor in creatieve therapie. Vanaf mijn 21e werk ik in de zorg en sinds 2008 heb ik mijn eigen onderneming. Ik werk onder andere als kinder- en gezinstherapeut en veranderkundige. Op mijn 21e ben ik in één klap vrij strikt vegetariër geworden en inmiddels ben ik al enige tijd vegan.

Ik begon mijn vleesloos leven in 1995 om precies te zijn. (Shtt, nee, ik ben niet je oma, ik ben én blijf gewoon 29 tot aan mijn dood!) Toentertijd was vegetariër worden in mijn omgeving een soort sociaal doodvonnis. Iets vegetarisch te eten krijgen buitenshuis was al een toestand en goed vegan eten was dus helemaal ondenkbaar. Al is dat op sommige plekken vandaag de dag misschien nog steeds wel zo. Nu vind je echter in vrijwel elke supermarkt een bakje goede humus of een mooi stuk tofu.

In mijn begintijd moest ik kikkererwten per brief uit Israël laten importeren, dat kwam dan aan per kameel. Beetje dat. Tofu was ook iets magisch, een eiwit wat door een speciaal procedé van sojaboon in een soort spons veranderde. Die spons kon je dan bakken en opeten. De eerste 23 sojablokken zijn bij ons in de vuilnisbak verdwenen.

Mijn niet zo subtiele – toen nog vleesetende – liefje beoordeelde elk probeersel met een hartgrondig “niet-te-vreten”. En, voor de volledigheid, daar was niets aan gelogen. Het was in de tijd dat internet, lieve soofjes, nog in de spreekwoordelijke kinderschoentjes stond.

In deze tijd noemen we zulk commentaar: onverantwoord, eerlijk, ondankbaar, brutaal en levert het je bij online uitkramen een ban op bij vrijwel alle vegan websites. Volledig terecht uiteraard.

Al gebiedt de eerlijkheid mij te vertellen dat er nog steeds mensen met argwaan naar tofu kijken. Vooral mensen die vandaag de dag nog vlees eten en zich beseffen dat zulks eigenlijk aftands en vreselijk is. Heel enthousiast word ik dan ook van initiatieven zoals ‘Beyond Meat’, de verse plantaardige burger van Albert Heijn en de vegetarische kipstuckjes. Stipkuckjes noemen we die trouwens in ons gezin omdat we nu, 21 jaar later, volstrekt niet meer geassocieerd willen worden met het eten van kip. Zelfs geen vegetarische. Zojuist heb ik ook de heerlijke rundstuckjes geprobeerd die we nu dus met een stalen smoel stundruckjes noemen.

I rest my case.

Ik ben een groot deel van mijn vegetarische leven plantbased geweest. Op kaas na. Dat hoor ik wel vaker van vegetariërs en sommige vegans. Kaas is het grote vegan struikelblok zo lijkt. In elk geval in mijn directe omgeving. Mijn directe omgeving bestaat uit: mijn lief Padraig – vegan, eerst tegen wil en dank, maar inmiddels overtuigd. Onze zoon Sjah- veganiserend, oftewel zijn hele leven al vegetariër en nu in de vegan vallen- en opstaanfase en mijn broertje For- die flexitariër is. Daarbij heb ik nog ouders die ‘veganisten’ zoiets vinden als Jehovagetuigen met een eetgewoonte als God. Mijn moeder kan bij elk dialoog enkel stamelend uitbrengen: “Maar, zo heb ik je toch niet opgevoed?” Waarop ik dan mild maar ferm reageer: “Helaas niet mam, helaas niet…”

Terug naar kaas.

Vegankazen zijn ondanks het uitbreidende assortiment nog niet goedgekeurd door de ballotage alhier. Er wordt hier dus stiekem geklaagd over de Veggie V, de Wilmersburger en allerlei cashewprobeersels zoals Caes. Totdat ik binnenkom althans, want dan is het stil en knikt iedereen gedwee. Ik heb namelijk altijd wel een filmpje of een goed verhaal waarom kaas – in alle gevallen – vermeden moet worden, lekker of niet. Ik overgiet dat effectief met anekdotes over hoe ik in de veganprehistorie kikkererwten moest importeren. Dat rond ik dan af met een betoog dat we dus onze verwende handjes moeten samenknijpen met deze voortreffelijke vegan alternatieven. En dat kaas eigenlijk best goor is en buiten dat volstrekt uit de mode.

Dat brengt mij dan eindelijk tot het topic van dit blog: de vegan als hippe vogel. Niet meteen de meest vegan titel, dat klopt. Ik vraag me (volstrekt off-topic en geheel terzijde) af waar deze term ooit vandaan kwam. In mijn creatieve geest was er ooit een vrouw die zei: “Kijk dát is nou een vogel met kekke kleurtjes, echt een hippe vogel.” Ze was een populaire vrouw met veel ‘pre-socialmedia’ volgers en de term werd overgenomen. De vogel, zich van alle commotie onbewust, leefde verder zijn vogelleven en is nu vereeuwigd in een uitdrukking.

Oke, ik hou op met afdwalen.

Maar, heb jij het ook gemerkt? Het is freking hip om vegan te zijn. Ik dank mijn eetgewoonte God op mijn blote knietjes dat ik dit mee mag maken. Ondanks het jarenlange foute label van extreem, snowflake, ongezond, beetje vreemd enzovoorts is het voor het eerst dat ik in het openbaar op een goede wijze het woord vegan kan zeggen.

“Ik ben vegan!”
“Waarom?” vragen mensen dan.
Zeg ik: “Lifestylechoice.”
Zeggen zij:  “Vet hip joh.”

Ding, ding ding, jackpot!

Tot ik begin over de varkentjes in de bio-industrie natuurlijk, dan is het vooral weer eng en extreem. Maar stap 1 is gewonnen lieve vegavrienden. Daarom stel ik voor dat we deze positie uitbuiten. Als iemand je vraagt: waarom ben je vegan? Laten we dan vanaf nu zeggen: “Dat is hip, een ontzettend coole lifestyle.” Laat wat namen vallen van vegan influencers (oh, en post ze ook ff hieronder in de comments voor de volledigheid) en noem terloops dat je een shitload aan volgers hebt omdat je vegan bent.

Ik zie een hippe veganvogelbeweging voor me, als lifestyle-actie om de genadeloos foute bio-industrie te stoppen. Maak vooral vegantutorials op Youtube. Post die dan ook even in de comments op de Vegansoof. Ik ga je volgen, check!

Dus…

Ik weet niet wat jij doet, maar ik pak m’n snelle planga, draag een veganshirt en ben vanaf nu overal mijn coole veganzelf. Are you in?

Grote glimlach,

Hippe vogel, Tris

Photo by Elin Lundqvist on Unsplash



1 thought on “De vegan als hippe vogel”

  • whaahaa studruckjes en stipkukjes. beter dan dat gedoe van zeuren dat het geen gehakt mag heten omdat het op vlees lijkt noemen we het nu gewoon dit soort namen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *