Hashtag Huttenkwark, superfoods en de stiefbuck

Hashtag Huttenkwark, superfoods en de stiefbuck
Leestijd: 4 minuten

De afgelopen maand valt het me op hoeveel anti-veganreclame er eigenlijk is. Ik keek een autoprogramma en daar had een van de twee mannen per ongeluk vegan hotdogs gekocht. “Are you trying to live forever?” was de repliek. Met opgetrokken neus namen ze een hap. “Kunnen ze veganhotdogs niet sturen naar landen waar mensen honger hebben?” piepte één van de mannen terwijl de veganhotdog met een grote boog uit het autoraam vloog. Ondanks mezelf moest ik grinniken, het was grappig neergezet. Wellicht appelleert het wel aan het vooroordeel dat veganvoedsel verschrikkelijk is en heul erg gezond. Zo gezond dat het eng is. Daarom moet de ‘gewone mens’ het vooral vermijden.

Echter in dezelfde week werd er een nieuw soort kwark gelanceerd. Niemand minder dan Arie Boomsma met z’n afgetrainde lichaam at hüttenkwark op tv. Nu is het woord huttenkwark voor mij al reden om in een hysterische lachbui te geraken. Hoe dan jongen? Hoe krijg je iets wat op zich al vies is, namelijk hüttenkäse, weg als het gecombineerd is met een homp droge dikke kwark? Dieronvriendelijk, vies en tot overmaat van ramp heeft het ook nog een naam om te verbergen voor je collega’s. Kom op! Niemand durft toch met een glad gezicht te zeggen dat hij een bakje hüttenkwark eet?

Het is bij ons thuis zelfs een meme geworden in de korte tijd dat het op de markt is. Mensen die met hysterische overtuiging iets vertellen, worden bij ons aangeduid als hashtag hüttenkwark. ‘T was een leuke presentatie, beetje hashtag hüttenkwark, maar dat mocht de pret niet drukken. Zoiets.

We leven in de tijd van de superfoods. Ik ben een ‘down to earth kinda girl’. Mijn eerste foto als baby is er een waarbij ik geringschattend en met opgetrokken wenkbrauwen de wereld in kijk. Dat is nooit veranderd. Superfoods zijn daarom voor mij nogal hashtag hüttenkwark.

Mensen die met hysterische overtuiging iets vertellen, worden bij ons aangeduid als hashtag hüttenkwark.

Publiekelijk een bak gifrode goji bessen naar binnen werken na een workout moet je nooit willen, denk ik.

Wat mij daarom extra opvalt is dat de promotie van voedsel bepaalt hoe erover gedacht wordt. En dan denk ik dat veganfood vandaag toch nog 1 – 0 achter staat. Hoewel we in de ban zijn van de onbetaalbare superfoods, is veganvoedsel al snel té gezond, te duur en niet hip. We gaan wel met hele zwermen aan de paleo, want onze voorouders hadden de rauwe darmen tussen hun tanden zitten, dus wij ook. Hartstikke hip natuurlijk. Dat de ‘rauwe darmen’ van vandaag vol antibiotica zitten en afkomstig zijn van gemartelde dieren uit de bio-industrie vergeten we voor het gemak.

We kunnen onszelf zo goed foppen.

Daarom ook de vega vleesvervangers. Mensen willen gefopt worden. Wel vlees eten, maar ook iets goeds doen. Ik zal je in voorbereiding op wat ik hierover wil zeggen een geheimpje verklappen. De meeste vegans hebben een bingokaart. Als die vol is trakteren we onszelf op hompen plantaardig gebak. Op nummer één van de bingokaart staat: “Ja, maar planten hebben ook gevoel!” (Ik krijg hiervan inmiddels moordneigingen).

Dat de ‘rauwe darmen’ van vandaag vol antibiotica zitten en afkomstig zijn van gemartelde dieren uit de bio-industrie vergeten we voor het gemak.

Op een goede tweede: “waarom zien vleesvervangers eruit als vlees als je het niet wilt eten?” Iedere driftkoppige vegan, such as myself, wil dan eigenlijk een klamme vegaburger in zo’n pratend gezicht duwen en zeggen: “Dat is voor jou, sufferd!” Vegans weten wel hoe ze tofu klaar moeten maken, snappen dat Seitan geen alternatieve spelling is voor Satan en je kunt ze ’s nachts wakker maken voor een bord goede kikkererwtencurry. Het is voor vleeseters die een goede daad willen verrichten. Daarom bloedt de Stiefbuck van de Albert Heijn (red. het is in mijn wereld verboden om vleesvervangers aan te duiden als gelijkend op vlees). Zodat de moderne oerman toch het idee heeft dat er iets geslacht is. Hoewel, je zou jezelf kunnen afvragen of vlees niet meer en meer is gaan lijken op vegaburgers. Wie herkent in vredesnaam een varken in een schnitzel?

Geloof mij, liever had ik dat vlees nog meer leek op vlees. Dat de varkenshoofden naast de koeienpootjes met geronnen bloed, keurig in cellofaan in het koelvak lagen. Geen betere reclame voor veganisme dan de waarheid rauw tonen.

Je zou jezelf kunnen afvragen of vlees niet meer en meer is gaan lijken op vegaburgers. Wie herkent in vredesnaam een varken in een schnitzel?

Iedereen weet dat het oppakken van een veganlevensstijl het beste is wat je kunt doen, voor het milieu, voor de dieren, tegen de armoede en de verspilling van vers water. Je hebt onder een steen geleefd als je dat durft te ontkennen.

Vlees eten is raar.

Ik stel daarom voor dat we vanaf nu een actie starten. Laten we maandelijks één veganfood gaan promoten als het superfood dat het is. Laten we de wereld veroveren met cashewmaaksels, aquafabagebak, Jackfruit, kikkererwtencurry en al het lekkere onder de veganzon.

Ik bijt het spits af en roep yofu uit tot het nieuwe superfood van de maand september. Heel graag ontvang ik daarom foto’s van vegan mannen (en vrouwen) met een bakje yofu. Of veganfood gemaakt van yofu.  Wel graag een beetje hashtag hüttenkwark.

yofu

Grote glimlach,

trisha-handtekening

 

 

 

 

Headerphoto by Peter Hershey on Unsplash



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *