Dierenrechtenextremisme

Dierenrechtenextremisme
Leestijd: 5 minuten

Sinds Boxtel praat iedereen rondom mij erover. Soms in jubelende bewoordingen: “eindelijk lijkt het door te dringen dat er een groep mensen is die vindt dat het nu eens afgelopen moet zijn met die dierenbeulerij in de bio-industrie”, lees ik in een reactie. Ofwel mensen die het gebeuren in Boxtel onder de noemer extremisme scharen. Of zelfs terrorisme. Die als een blok achter de boeren gaan staan. “Groene gekkies, enge veganisten, Volkert van der G’s”: een kleine greep uit de benamingen voor de Boxtelactivisten die ik las in de reactievelden op de diverse nieuwsmedia. “Helden en bestrijders van onrecht” worden ze genoemd in activistische vegankringen. Half Nederland bemoeit zich ermee en dat wordt onder veganisten gezien als een goed teken.

Pro- en contra en alles er tussenin heeft er een uitgesproken mening over. En als bevooroordeelde vegan heb ik die ook. Inmiddels heb ik alles wat ik te pakken kon krijgen over de bezetting in Boxtel gelezen. Inclusief de reacties. Het afvoerputje van het laatste restje menselijkheid noem ik reactievelden onder openbare sociale media, maar de reacties zijn wel vaak ongezouten en echt. Vandaar ook dat mij is opgevallen dat de polarisatie tussen beide groepen enorm gegroeid is.

Vegans en dierenrechtenactivisten worden bedreigd door boeren en sympathiserende burgers. Groeiend zijn de berichten dat er is gevraagd om een identificatie door de politie als vegans een “meat the victims” shirt dragen. Vegans, op hun beurt, laten steeds duidelijker en met meer acties weten dat de grens bereikt is. Dat dieren geen producten zijn en de mens onrechtmatig bezig is, ook al is het legaal. Dierenrechtenorganisaties kondigen nieuwe acties af. Ik snap het en ook krijg ik het idee dat dierenrechtenactivisme steeds meer gezien wordt als extremisme door de vleesetende medemens. Geen goed ding als je het mij vraagt. Extremisme is een sterk stigma.

Extremisme

Het AIVD beschrijft extremisme als: “Het actief nastreven en/of ondersteunen van diepingrijpende veranderingen in de samenleving die een gevaar kunnen opleveren voor (het voortbestaan van) de democratische rechtsorde, eventueel met het hanteren van ondemocratische methodes die afbreuk kunnen doen aan het functioneren van de democratische rechtsorde.” Zij stelt daarbij: “Activisme vindt plaats binnen de kaders van de democratische rechtsorde.” Activisten die neigen te radicaliseren tot extremisten, kunnen wel in de aandacht van de AIVD komen. Extremisme kan in zijn uiterste vorm tot terrorisme leiden, als maatschappij-ontwrichtende schade wordt aangericht en/of grote groepen mensen angst wordt aangejaagd.

Extremisme is nogal een breed toepasbaar criterium. Dat hangt ook af van het heersend paradigma. Mensen ophangen omdat je het niet met hen eens bent is redelijk extreem, toch was het tijden geleden de normaalste gang van zaken binnen onze maatschappij. (tip: de filosoof Foucault schrijft hier interessante dingen over.)

“Grote groepen mensen” die angst kunnen worden aangejaagd, is ook vrij ondefinieerbaar. De vleesetende burgerij is met een riant aantal, deze groepering is veel groter dan de vegancommunity. Veganisme is, ondanks de groeiende bewustwording, nog steeds een leefwijze van de minderheid. En onder die vegans is weer een klein gedeelte mensen zo geraakt door het onrecht wat dieren wordt aangedaan dat zij besluiten tot activisme. Waarbij een piepklein gedeelte mogelijk zou kunnen worden aangemerkt als een vorm van extremisme.

Publieke opinie over veganisme

Wij zouden ons echter meer bezig mogen houden met de publieke opinie. Als het de publieke opinie is (of wordt) dat veganisme extreem is, en veganistische acties des te meer, dan hebben we een groot probleem. Dan zet het de volledige veganbeweging een nare stap terug. Kijk bijvoorbeeld eens naar de actualiteitenprogramma’s. Hoe vaak worden daar mensen uitgenodigd die worden gezien als aanhangers van extremisme? Nooit! Kijk eens wat beeldvorming heeft gedaan met de publieke opinie over bijvoorbeeld islam? Het woord extremisme is vertroebeld, in een gepolariseerde samenleving lijkt alles wat een sterke andere mening vertegenwoordigd extreem. Omdat de dialoog uitblijft en we vijandbeelden projecteren vanuit onze behoefte aan veiligheid.

Ik denk dat we er als veganbeweging geen stigma bij kunnen gebruiken. We hebben al te kampen met stigmatisering door treurige documentaires zoals ‘boter, kaas noch eieren’, waarin iemand in beeld komt met een zeer eenzijdig en beperkt eetpatroon, waardoor die vitaminegebrek oploopt en dit koppelt aan het feit dat zij geen dieren eet. Dit is zo niet representatief voor de vele vegans in mijn omgeving. Of denk aan “broodje gezond’ dat veel verkeerde informatie geeft over soja. Niet waar, maar wel beeldvormend en het beïnvloedt de publieke opinie.

Moeten er dan geen acties zijn omdat we angst hebben voor het extremisme? Jawel, maar acties moeten dienen om in dialoog te geraken. In een samenleving waarin de toon steeds grimmiger wordt en mensen bang zijn voor de radicale veranderingen die gaande zijn, is dialoog en begrip voor de behoeften van de ander noodzakelijk om te kunnen komen tot wezenlijke verandering. Dat is toch wat we willen? Verandering.

Veranderkunde

Veranderkunde is mijn dagelijks werk. #HoeWel?! is mijn leidraad. Hoe kan het wel? Hoe kunnen we komen tot een verandering die nu nog onmogelijk lijkt? En daarin is het sleutelwoord ‘contact’ met sleutelfiguren en belanghebbenden. Echt eerlijk authentiek contact. Kwetsbaar contact. Waarin we niet alleen maar onze nobele waarheid spreken maar ook luisteren naar de realiteit van de ander. Boeren die veelal tot hun nek in de afbetalingen zitten en grote investeringen hebben gedaan. Die het idee hebben goed te zijn voor hun dieren. Die gewoonweg een volstrekt andere blik hebben. Een volstrekt ander paradigma.

Als je kijkt in onze vegangroepen en ziet hoe wij al met elkaar over straat rollen om verschillende zienswijzen, die vaak veel minder ver uiteen liggen dan de zienswijze van de vegan ten opzichte van de vleesindustrie. Wat tegenwerkt in elk veranderproces is het spel: wie heeft er gelijk? Daar wil je in elke actie – en elke dialoog – uitblijven. En wow, dat is lastig soms. Activisme kan dus ook zijn: je scholen in dialoog en argumentatieleer, het publieke debat aangaan, met een luisterende, open houding vragen om uitnodigingen, het organiseren van dialoogtafels met bestuurders, aan tafel gaan met boeren over de filosofie van dierenrechten. Al was het maar om in kaart te brengen op welke wezenlijke punten hun paradigma verschilt met dat van jou.

Hond versus koe

Filosofische discussieavonden organiseren. Niet alleen met gruwelijke films als Dominion, maar ook rondom het thema empathie, naar bijvoorbeeld het boek van Frans de Waal. Of laten we artikelen blijven schrijven in een dagblad met als thema ‘hond versus koe’. De dialoog aangaan, steeds maar weer met een onvermoeibare inzet.

Moet het radicale activisme dan verdwijnen? Ik denk van niet, alleen we mogen slimmer worden, minder in-your-face en politieker zijn. Geraffineerder, beter voorbereid. Onze zaak is goed, onze argumenten sterk. Laten we zorgen dat we daar uitgenodigd worden waar het er toe doet, bij media, radioprogramma’s, bestuurders, influencers en laten we georganiseerd en goed beslagen ten ijs ten strijde trekken om dieren te bevrijden. Als we hier onze tijd en onszelf aan toewijden, zodat er voorgoed een einde komt aan de bio-industrie, dan is dat in mijn opinie radicaler dan een stal bezetten.

trisha-handtekening

 

 

 

 

 

Bronnen
Michael Foucault, Discipline Toezicht en Straf
M. Rosenberg, Geweldloos communiceren
Frans de Waal, Een tijd voor Empathie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *