Filosoferen over Finissage

Filosoferen over Finissage
Leestijd: 13 minuten

Anonieme vragen en snoeiharde antwoorden

Life … is a tale

Told by an idiot, full of sound and fury,

Signifying nothing.

-William Shakespeare

In december ’71 vond in Parnassos te Utrecht de ‘vernissage’ van het nieuwste boek van filosoof Floris van den Berg, genaamd Finissage. Filosofische Slotbeschouwingen plaats. Bij deze boekpresentatie werden de onderstaande vragen anoniem gesteld op kaartjes – behalve dan de eerste vijf vragen: die stelde gastheer Bart Collard. Een deel van deze vragen is mondeling behandeld. Van den Berg neemt nu de tijd om alle vragen schriftelijk te beantwoorden. 

‘Finissage’ is een consistente bundel met essays over filosofie, de ecocrisis, veganisme en atheïsme. Vanwaar die voorliefde voor essays?

Het genre essay geeft de vrijheid om gedachtegangen te verkennen. Ik lees boeken en schrijf er dan dikwijls een essay over. Het schrijven is een poging om mij tot het boek te verhouden. In een essays mag alles: van hak op de tak springen, persoonlijke anekdotes invoegen, formeel en informeel taalgebruik. Enerzijds bewonder ik filosofen die uitgewerkte argumentaties hebben en daar een bouwwerk van maken – en zelf heb ik dat ik bijvoorbeeld Groen liberalisme ook gedaan – maar ik wil ook graag mijn eigen leven erbij betrekken en dat kan wel in essays, maar niet in bijvoorbeeld academische papers. Finissage is een zoektocht om mij te verhouden tot deze wonderlijke tijd van leven in welvaart op de rand van de afgrond. Zowel qua onderwerpskeuze als stijl geeft het essay vrijheid. Maar het vraagt wel veel geduld van lezers want de essays gaan over tal van uiteenlopende onderwerpen.

Het eerste, en langste, hoofdstuk gaat over filosofie. Wat is de voornaamste boodschap van dat hoofdstuk?

De methode die ik toepas is simpel: ik lees een filosofisch werk en stel dan enkele vragen. Is de auteur geen atheïst? Wat een domkop? Is de auteur geen veganist? Wat een immoreel monster! Ziet de auteur niet het illiberale gevaar van religie? Wat een gevaarlijk uilskuiken! Veronachtzaamt de filosoof de ecologische crisis? Wat een ongelofelijke idioot!

Het is dus zeer voorspelbaar wat ik van auteurs vind. Ik druk alle auteurs door dezelfde ecohumanistische mal. Essays gaan dan weliswaar om zoeken, maar ik ben wel heel erg overtuigd van mijn eigen gelijk om de simpele reden dat het zo is. (tenzij ik me vergis natuurlijk.)

Je gaat in op de ecocrisis. Van die crisis schets je een breed en complex beeld. Je schrijft over fossiele brandstoffen, over de opwarming van de aarde, maar ook over ruimte-afval. Waardoor is die crisis, naar jouw inzichten, ontstaan? Hoe uit die zich? En wat moet er gebeuren?

Om met dat laatste te beginnen: er is een ecologische noodtoestand. We moeten alles op alles zetten om de wereld zoals we die kennen leefbaar te houden voor toekomstige generaties. Dat gaat niet lukken met de halfslachtige maatregelen die we nu nemen. Deze crisis is ontstaan doordat wij als mens, door onze technologische vooruitgang, ongekende krachten hebben. De negatieve bijeffecten van onze ingrepen in de wereld blijken groter dan we hadden kunnen denken. Maar de effecten zijn indirect, op de lange duur en abstract. Systeem aarde heeft een beperkte draagcapaciteit en wij belasten systeem aarde te veel. Er is sprake van een tragedy of the commons: wat goed is voor het korte termijn eigenbelang is desastreus voor het lange termijn collectief belang.

De ecocrisis uit zich op tal van fronten. Je kunt aspecten van de ecocrisis elke dag terugvinden in het nieuws. Echter, de meeste mensen hebben niet door dat al die losse items symptomen zijn van de ecologische crisis.

Wat er gebeuren moet? We moeten, als mensheid, alle zeilen bij zetten om de ecocrisis af te wenden en drastisch maatregelen nemen waarmee het systeem van continue groei en consumentisme ook veranderd wordt. We moeten ons niet veel meer voortplanten (maximaal 1 kind per persoon, dus twee per stel). Niet vliegen. En voor alles, veganist worden en streven naar een plantaardige wereld.

“Een finissage is een feestelijke afsluiting van een tentoonstelling”, zo schrijf je. Hoe verhoudt dat vierde onderwerp, atheïsme, zich tot de finissage?

Het boek Finissage is omvangrijker dan dit eerste deel. Het geheel bestaat uit twee delen die tezamen een caleidoscopische visie geven op de samenleving. Ik zoek naar obstakels voor geluk en voor waarheidsvinding. Religie is en blijft wereldwijd een molensteen die de mensheid maar niet af wil leggen. Vandaar dat religie een terugkerend thema is. Ik blijf me verbazen over de hardnekkige zelf gekoesterde achterlijkheid van gelovigen en hun verbeten intolerantie. Een directe link met de ecologische crisis zie ik niet.

Je draagt het boek op aan Joop Boer, die recentelijk is overleden. Wie was Joop Boer en waarom draag je dit boek aan hem op?

joop boer was een ecoveganist die veel moeite deed consistent moreel te leven zonder anderen te schaden. Zijn ecologische levensstijl wijkt enorm af van die van de overgrote meerderheid van mensen anno nu in Nederland. Hij zette zich met elke vezel in voor een betere wereld en was bereid ver te gaan in het aanvaarden van de consequenties van zijn morele opvattingen voor zijn eigen leven. Ik heb grote bewondering voor hem omdat hij laat zien dat het mogelijk is om binnen het systeem van ecologische destructie toch een moreel en duurzaam leven te leiden en je bovendien in te zetten voor een systeemverandering zoals hij deed door zijn activisme. joop overleed toen in oktober 2019 toen ik de laatste hand legde aan Finissage. Als mensen zouden leven als joop (hij hield niet van zijn naam in hoofdletters) zou er geen finissage zijn.

Is er een filosoof wiens denkbeelden je onderschrijft en die je toch optimistisch stemt?

Er is een oceaan van leed in de wereld en hoewel er een paar kleine eilandjes bestaan waar dat leed voor een heel groot deel is teruggebracht, is er geen reële verwachting dat de hoeveelheid onnodig leed op aarde zal afnemen. Ecomodernisten als Steven Pinker menen weliswaar dat het statistisch gezien steeds beter gaat, maar in absolute aantallen neemt het leed alleen maar toe. Kijk ook eens naar de bio-industrie waarvan de verwachting is dat die op mondiale schaal zal toenemen. Optimistisch zijn betekent niets anders dan dat je slecht geïnformeerd bent of dat je niet begrijpt hoeveel onnodig leed er nog in de wereld zal zijn.

Troost vind ik vooral bij schrijvers. Zoals bij Cees Nooteboom, Hans Warren, maar ook essayisten als Karel van ’t Reve en Rudy Kousbroek. Meer nog dan namen zijn het boeken die mij gelukkig stemmen, zelfs als de inhoud van die boeken somber is. Als de Titanic zinkt kun je mij in de leeszaal aantreffen in mijn fauteuil bij het raam met een haver-latte macchiato.

Hoe kan een volkomen tolerante samenleving omgaan met levensovertuigingen die intolerantie bevorderen?

Dit is de, reeds door Karl Popper overdachte, tolerantie paradox: hoe tolerant kan een samenleving zijn tegenover intolerantie? Er zijn twee grenzen aan tolerantie.

Ten eerste moet het systeem van tolerantie (de open samenleving) in stand blijven. De tolerantie moet niet leiden tot ondergraving van de eigen principes. Er moet derhalve een zekere mate van weerbaarheid zijn in de samenleving. Zodra er een reëel gevaar is voor het voortbestaan van geïnstitutionaliseerde tolerantie van de open samenleving, moeten er maatregelen genomen worden om die tolerantie te verdedigen.

Ten tweede: intolerante ideeën mogen weliswaar worden geuit, maar intolerante praktijken niet. Je mag, met andere woorden, wel intolerante dingen zeggen, maar geen intolerante handelingen verrichten. Waar precies de grenzen liggen is niet a priori te zeggen en dat dient in het publieke debat en uiteindelijk bij de rechtbank te worden beslist.

Filosoof Jürgen Habermas wijst terecht op de institutionele voorwaarden van een open samenleving. Er zijn vrije media nodig, debatplatforms, onafhankelijke universiteiten, verschillende politieke partijen, et cetera. Essentieel is meen ik – en ik weet niet wat Habermas daar over betoogt – dat het onderwijs tolerantie moet promoten en dat het daarom van belang is dat al het onderwijs strikt seculier is. In het onderwijs dient er veel aandacht te worden besteed aan burgerschapsvorming waarin liberale deugden als autonomie en tolerantie worden gepromoot en door middel van argumentatie uitgedragen.

Ik heb een goed leven en ik probeer vriendelijk en fatsoenlijk te zijn. Maar ik vind het niet ethisch om te leven in deze wereld waarin ik medeverantwoordelijk ben. Ik vind dat het een statement zou zijn mijzelf dood te maken. Wat vind jij?

De beroemde openingszin van De mythe van Sisyphus (1942) luidt: ‘Er bestaat maar één werkelijk ernstig filosofisch probleem: de zelfmoord.’ Camus daagt de lezer uit om extreem na te denken over de eigen morele verantwoordelijkheid. Als je jezelf niet recht in de ogen kunt kijken, dan is zelfmoord de weg te gaan. Volgens Camus althans. Zonder transcendente zingeving zul je zelf zin aan het leven moeten geven en als je die zin niet vindt, dan is zelfmoord inderdaad een optie. Maar wie schiet er wat mee op? Als je een veeboer bent of een directeur van FrieslandCampina, dan is de schuld wel heel erg duidelijk, maar het systeem gaat ook zonder jou wel door. Als je er van overtuigd bent dat het systeem immoreel is, dan moet je je, volgens mij, inzetten om dat system te veranderen.

Dat gezegd hebbende, denk ik ook wel eens aan wat ik zou hebben gedaan als ik WW2 had meegemaakt en ik betwijfel of ik lef zou hebben gehad me te verzetten. [De tekst gaat verder onder de foto]

Jij spreekt over slachtoffers, maar wie bedoel je met slachtoffers?

Inderdaad: ik noem mijzelf slachtofferdenker. Ik bedoel voelende wezens wiens leed voorkoombaar is. En met leed bedoel ik de overduidelijke gevallen van fysiek leed of het ontnemen van de (lichamelijke, geestelijke en sociale) vrijheid van anderen. Mijn rawlsiaanse theorie van universeel subjectivisme (zoals uiteengezet in Filosofie voor een betere wereld) is een gedachte-experiment waarbij je je moet inleven in de posities van slachtoffers. Soms is het heel duidelijk wat een slachtoffer is: een vrouw die uitgehuwelijkt wordt in India, een homoseksueel in Iran, een afvallige moslim in Saoedi Arabië, een varken in de bio-industrie, een van onze nakomelingen op een door ons gedrag verruïneerde planeet, arbeiders onder erbarmelijke omstandigheden in Bangladesh, kinderen die geïndoctrineerd worden met een waanopvattingen, et cetera. Wat ik doe is het zoeken naar soorten slachtoffers en zoeken naar oplossingen. Veganisme is de allersimpelste en belangrijkste vinding: door veganist te worden, wat iedereen in ons deel van de wereld, zonder problemen kan doen wordt er enorm veel leed voorkomen, zowel aan niet-menselijke dieren als aan toekomstige generaties (de bio-industrie heeft namelijk een desastreus effect op het milieu).

Hoe definieer je een moreel persoon?

Een moreel persoon is iemand die geen onnodige en voorkoombare schade aan voelende wezens toebrengt en daarenboven een deel van zijn of haar tijd en geld op efficiënte wijze besteedt aan het voorkomen of verminderen van leed aan anderen. Een moreel persoon is dus noodzakelijk, als eerste stap, een veganist. Je kunt geen moreel persoon zijn zonder veganist te zijn. Vandaar mijn mantra: veganisme is een morele plicht.

Ik gebruik hier de interpretatie van moreel leven van Peter Singer die de lat veel en veel hoger legt dan wat een gangbare opvatting is. Singers opvatting heeft als consequentie dat er bijna geen mensen zijn die een moreel persoon zijn. Singer scoort zelf heel hoog. En joop boer natuurlijk.

Staat wijsgerig denken gelijk aan het hebben van hoop?

Nee, natuurlijk niet! Filosoof Erno Eskens betoogt dat als je filosofeert je dan uiting geeft aan de hoop om anderen door argumentatie over te halen de zaken anders te zien en om anders te handelen. Maar er zijn ook zeker zwartgallige en cynische denkers, denk aan Arthur Schopenhauer en Cioran. Het is niet onmogelijk dat mensen door filosoferen hun leven veranderen, maar het is eerder uitzondering dan regel. Filosoferen betekent ook de waarheid onder ogen durven zien en wie kijkt naar de ernst van de ecologische crisis weet dat hoop irrationeel is. Je mag wel hoop koesteren, maar het is tegen beter weten in. Een terminale kankerpatiënt heeft ook geen hoop op een lang leven of een leven na de dood. Filosoferen betekent lef om te leven in waarheid, ook al is die waarheid bikkelhard.

Als er één bladzijde [uit jouw werk] is die iemand zou moeten leven, welke zo dat dan zijn?

In Beter Weten: filosofie van het ecohumanisme staat mijn lijst met aanbevelingen voor een beter leven. De rest van mijn oeuvre is argumentatie om mensen zover te krijgen om dat daadwerkelijk te doen. En dat schiet nog niet zo erg op. Ook bij mezelf niet.

Slaap jij nog?

Het klinkt misschien raar, maar ik slaap prima. Af en toe lig ik wakker of word ik badend in het zweet wakker. Maar ik leef in een cocon van gelukzaligheid en luxe. Het leed in de wereld is abstract en ver weg van mijn dagelijkse bestaan. Op de een of andere manier heb ik een coping strategy gevonden. Een groot deel van mijn tijd ben ik met de ecologische crisis en ander leed in de wereld bezig, maar ik kan er een emotionele distantie toe bewaren. Soms, zoals in voordrachten, toont zich de woede en frustratie. Soms, als ik alleen ben en naar muziek van Glass, Tiersen en Einaudi luister, voel ik de ellende gek genoeg op een plezierige manier en huil ik van verdriet door de schoonheid van de muziek.

Hoeveel uur slaap jij?

Zo’n zeven en een half uur. Liever zou ik lekker acht uur slapen. Ook zou ik liever een stuk later naar bed gaan, maar het ritme van een burgermansbestaan met kinderen dwingt mij om bijtijds op te staan.

Ben jij een optimist of een pessimist?

Ik ben een realist en dus een pessimist. Ik zie geen oplossingen voor de ecologische crisis. Ik zie het leed in de bio-industrie niet snel stoppen en als het al zou stoppen dan maakt dat het leed niet ongedaan. Optimisme is dikwijls een excuus om maar niks te hoeven doen.

Is het erg als de mensheid zichzelf uitroeit?

Voor het universum maakt het niets uit. Er zit geen wil of zin of betekenis in het universum. Niks maakt wat uit. Echter voor de individuele mensen die sterven maakt het enorm veel uit hoe hun leven en sterven eruit zien. Als er geen nageslacht zou zijn en mensen zouden zo leven dat ze zichzelf uitroeien, dan zou er vanuit liberaal standpunt niet zoveel tegenin te brengen zijn, behalve dan de schade aan niet-menselijke dieren. Het is dan zoals met verstokte rokers die aan kanker sterven: eigen keus. Echter, als het anderen zijn die uitsterven door de keuzen van voorgaande generaties dan is dat immoreel. Zoals dat iemand longkanker krijgt door meeroken. Met de ecologische crisis is het zo dat een deel van de huidige generaties (in de welvarende landen) de voordelen plukken, terwijl de negatieve bijeffecten worden afgewenteld op ofwel Verweggistan of toekomstige generaties. De vraag ‘Is het erg als de mensheid zichzelf uitroeit’ lijkt een ‘nee’ te veronderstellen.

Wat durf je niet?

Zeggen wat ik echt vind.

Waarom niet?

Als ik altijd zou zeggen wat ik denk, zou ik geen sociale conversatie meer kunnen maken. Ik leef immers in een carnistische samenleving waarin een holocaust jegens niet-menselijke dieren gaande is en de meeste mensen met hun gedrag ook nog eens bijdrage leveren aan de ecologische crisis. Een regel uit een lied van Acda & De Munnik komt bij mij op: ‘Wie eerlijk is in alles, zal eenzaam zijn.’ Bovendien ben ik niet erg aardig en politiek correct in mijn gedachtes en is het filter van tussen wat ik denk en wat ik zeg noodzakelijk om nog een sociaal leven te kunnen hebben. 

Wat is de titel van je volgende boek?

  • Finissage. Deel 2.
  • Akrasia. Minder vrolijke essays.
  • Leren filosoferen. Denken op de rand van de afgrond.
  • The microscope  & the elephant. A practical introduction to philosophy.
  • De vrolijke nudist
  • Een populaire inleiding tot de filosofie van het liberalisme.

Bovenstaande titels zijn werken die in verschillende stadia van ontwikkeling zijn. Deel twee van Finissage is helemaal klaar. Maar het is de vraag of het boek er zal komen. Het lijkt erop alsof de minimale verkoop van Finissage niet gaat lukken en dat de uitgever deel 2 derhalve niet zal willen uitgeven. Dat brengt mij op een moment van zelfreflectie: het lukt me maar niet om enige aandacht voor mijn werk te genereren. Hoelang moet je doorgaan? Wellicht is het tijd om te stoppen met publiceren. Publiceren gevolgd door een oorverdovende stilte is pijnlijk. Dat is nu al tien jaar en tien boeken gaande. Zodoende bouwt het gevoel van frustratie op. Op een gegeven moment is het tijd om in te zien dat schrijverschap niet mijn metier is. Wat het dan wel is, moet ik nog uitvinden. Maar ik kan mijn tijd beter besteden dan boeken en essays waar niemand op zit te wachten. Ik zou graag yogaleraar willen worden.

Hoezo is tijd niet interessant?

Deze vraag slaat op een essay in Finissage over de filosofische beschouwingen over tijd van Joke Hermsen. Ik vind haar beschouwingen over tijd onzinnig postmodern geneuzel en voorts tijdsverspilling. Het is als discussiëren over welke kerstversiering je wilt hebben terwijl het huis in brand staat. Joke Hermsen lijkt het allemaal niet door te hebben. Als filosofen de ernst van de situatie niet zien, dan vind ik dat gevaarlijke tijdsverspilling. Maar ze schrijft boeiend. Het is veel plezieriger te lezen dan mijn betweterige en rechtlijnige gelijk hebberige moraalridderij.

Voor welke moeilijke punten sluit jij je ogen?

Over hoe ik een efficiëntere bijdrage kan leveren aan een betere wereld en hoe ik mijn ecologische voetdruk kleiner kan maken.

Hoe schift en selecteer jij in alle media en informatie zonder je te beperken tot je eigen bubbel?

Als moraalfilosoof heb ik betrouwbare kennis over slachtoffers nodig. Qua media leef ik natuurlijk wel in een bubbel – tegenstanders zullen zeggen dat ik in een links ideologische bubbel leef. Echter, als het gaat om de basale feiten dan is daar de huidige stand van de wetenschap, bijvoorbeeld over statistieken van de bio-industrie. Maar ook over de ecologische crisis. Als academicus hoop ik mijn kennisclaims grotendeels te baseren op door wetenschap ondersteunde feiten zoals die door de huidige wetenschappelijke consensus worden geaccepteerd. De media doen verslag van de wetenschap, maar als academicus moet je moeite doen om zeker te zijn dat de kennisclaims die je maakt binnen de wetenschappelijke consensus vallen. Je moet je bewust zijn van de mogelijkheden dat je je vergissen kan, en hoe sterker je claims, hoe zorgvuldiger je moet zijn over de wetenschappelijke fundering ervan.

In mijn literatuurstudie probeer ik ook buiten mijn bubbel te lezen. Ik lees politiek filosofische werken uit een groot deel van het politieke spectrum. Ik lees progressieven en conservatieven. Ik lees ook werken van milieu- en klimaatsceptici. Ik lees werken van theologen en van cultuurrelativisme. Maar je kunt niet alles lezen. De kentheoretische basis van je kennisclaims is zeer belangrijk en als filosoof moet je daar aandacht aan besteden.

Waarom leef je niet zoals ecoveganist joop boer?

Luiheid, gewoonte, hunkering naar comfort, angst, gebrek aan durf en doorzettingsvermogen. Omdat ik denk dat ik dat ooit nog wel ga doen. Omdat ik in een sociale omgeving zit waarin dat niet makkelijk is. Omdat ik mijn tijd beter kan besteden aan boeken schrijven en college geven. Maar het zijn allemaal zwakke excuses. Omdat ik een immoreel monster ben dat niet bereid is de consequenties van het eigen kritisch denken te accepteren.

Met een moralistische houding, loop je ook het risico om anderen af te stoten in plaats van aan het denken te zetten. Het impliceert een vorm van superioriteit en wellicht het idee dat het doel de middelen heiligt. Hoe kijk je hier tegenaan en hoe rechtvaardig je deze houding?

Mag je een verkrachter moreel veroordelen wegens zijn daad of stoot je deze persoon daarmee af en zet je niet aan tot denken? Moet je je woorden wegen om daders niet voor het hoofd te stoten?

Je kunt hier op twee manieren tegenaan kijken. Enerzijds kijken naar of er een strategie is die werkt en effectief is. Zijn er strategieën om op een verkrachter in te praten zodat z/hij het niet meer doet? En dan bedoel ik niet, een beetje minder gewelddadig verkrachten of iets minder vaak verkrachten, maar categorisch stoppen met verkrachten, omdat het immoreel is.

Een andere manier is om te kijken of dat wat je zegt waar is. En het is waar. Het zal duidelijk zijn voor welke strategie ik kies.

In het algemeen is het niet zo dat het doel de middelen heiligt. Maar dat mensen zich beledigd of gekwetst voelen door mijn tirades neem ik op de koop toe. Ik vind dat de waarheid gezegd moet worden, ook als het pijn doet. We hoeven daders de pijn van confrontatie met hun daden niet te ontzien. Ik wil mensen ook niet per se tot denken aanzetten. Denken is geen garantie voor doen. Het gaat om doen. En dikwijls om niet doen.

Het valt me op dat je in ‘Finissage’ veel moeilijke woorden gebruikt, terwijl je zelf juist benadrukt dat je wilt schrijven voor een breed publiek. Is dat niet tegenstrijdig?

Mijn essays zullen niet veel gelezen worden door mensen zonder hogere opleiding. Mijn streven is dat mijn teksten toegankelijk zijn voor geïnteresseerden met enige opleiding. Er is echter niks mis mee om af en toe een woordenboek (digitaal) ter hand te nemen. Zelf markeer ik in boeken woorden die ik niet ken en die zoek ik (soms) op. Er is een grote rijkdom in de taal en die wil ik graag gebruiken. Een uitgebreid vocabulaire hoeft volgens mij een goed begrip van de tekst niet in de weg te staan. Ik hoop dat ik met mijn essays wat van die rijkdom aan taal en cultuur kunnen laten zien en dat mijn essay kunnen bijdragen aan het proces en project van Bildung.

Verlang je er stiekem wel eens naar te geloven?

Ik verlang er wel eens naar te geloven dat het allemaal goed komt. Of dat ik wakker word en mijn leven een nachtmerrie was in het paradijs. Of geloof dat ik wel een gevierd auteur en filosoof word, nog tijdens mijn leven. Maar ik verlang er nimmer naar om in god te geloven. Net als Richard Dawkins wil ik euthanasie in het geval ik zo seniel ben geworden om gelovig te worden.

FLORIS VAN DEN BERG

  • Finissage. Filosofische Slotbeschouwingen is te koop via deze link.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *