De Shoah-vergelijking kun je prima maken

De Shoah-vergelijking kun je prima maken

De afgelopen jaren werd frequent gedebatteerd over het maken van de vergelijking tussen de dierindustrie en de Shoa. Recentelijk laaide die discussie weer op. Dierethicus Willem Vermaat legt uit waarom hij vindt dat die vergelijking te rechtvaardigen is. Wil je reageren, stuur gerust een reactie in:

Een vergelijking, zoals tussen de dierindustrie en de Shoah, gaat nooit volledig op. Dan zou het namelijk hetzelfde zijn en geen vergelijking. Er zijn wel duidelijke overeenkomsten tussen de Shoah en de dierindustrie. Het massaal concentreren en vervolgens doden van slachtoffers bijvoorbeeld, maar ook de mentaliteit die het mogelijk maakt dit te doen. Zo laat sociaal psycholoog Melanie Joy in haar boek Why we love dogs, eat pigs and wear cows. An introduction to carnism (2010) zien dat de cultuur van de daders de slachtoffers deïndividualiseert. Deïndividualisatie houdt in dat je individuen alleen in termen van hun groep ziet: een Jood deugt niet, die steelt en bedriegt. Of: alle varkens zijn hetzelfde, het zijn vieze wezens die in de modder rollen en ‘knor’ zeggen en ze zijn er om gegeten te worden.

Er zijn ook verschillen. Zo was het doel van de nazi’s om de Joden uit te roeien, terwijl de dierindustrie dieren blijft fokken om ze vervolgens te doden. Ook de aantallen slachtoffers verschillen sterk: de nazi’s wisten ongeveer 6 miljoen Joden te vermoorden, terwijl de dierindustrie wereldwijd ieder jaar ongeveer 77 miljard landdieren doodt. Vissers doden wereldwijd jaarlijks 1 tot 2,8 biljoen vissen (een biljoen is een 1 met 12 nullen). Dat is een ruwe schatting, want precieze cijfers ontbreken.

Niet maken van de vergelijking

De verschillen zijn voor sommige dierenrechtenactivisten aanleiding om op te roepen de vergelijking niet te maken. Aan het begin van 2021 spreken verschillende activisten en organisaties zich uit. Zo stelt Joshua Katcher, zelf Joods, dat het ‘waarom’ veel uitmaakt: een wezenlijk verschil is dat de nazi’s Joden vermoordden, omdat ze hen tot vijanden bestempelden en dat de dierindustrie dieren doodt, omdat het financiële winst oplevert. Het verschil tussen uitroeien en blijven fokken sluit hierbij aan. Volgens Katcher kan het maken van de vergelijking een daad van antisemitisme zijn als dit verschil niet belicht wordt.

Ik moet de eerste persoon die denkt dat het motief voor vernietigingskampen hetzelfde is als het motief voor slachthuizen nog tegenkomen. Je hoeft bij vergelijkingen niet altijd de verschillen expliciet te benoemen als het je om de overeenkomsten gaat. Voor de slachtoffers maakt het motief voor hun lijden en dood trouwens ook niet bijzonder veel uit.

Ondanks verschillen is er dus niks mis mee om de overeenkomsten te benoemen en daarbij dus (aspecten van) de dierindustrie met (aspecten van) de Shoah te vergelijken. Mensen kunnen het shockerend vinden, maar helaas vaak om de verkeerde reden: ze menen dat degenen die de vergelijking maken, mensenleed miskennen. Dat is onzin. Het probleem is dat ze zelf dierenleed miskennen. Overigens is het sowieso frappant om verbolgen op de vergelijking te reageren, want de andere kant op is de vergelijking schering en inslag en staat die gewoon in de geschiedenisboeken: Joden werden als vee bijeengedreven en als schapen naar de slachtbank geleid.

Gekwetste gevoelens

Tegenstanders van de vergelijking hebben het vaak over het kwetsende karakter van de vergelijking. De Nederlandse Vereniging voor Veganisme (NVV) noemt vergelijkingen tussen de dierindustrie en de Shoah om die reden ‘problematisch’. De makers van Dominion (2018), een documentaire over de gruwelijkheden van de dierindustrie, stellen op 21 januari van dit jaar: “People from marginalised groups have voiced time and time again that words like r*pe, holocaust and slavery are hurtful and harmful to them,” om daaraan toe te voegen: “It is absolutely our duty to listen to people from these marginalised groups, whose perspectives those of us from more privileged positions can never, and will never, truly understand or experience.”

De makers verbinden hier echter een ‘maar’ aan. Ze schrijven ook: “Some individuals within those groups may choose to make such direct comparisons themselves (and this post is not directed towards them), but their experiences are not for the rest of us to co-opt.” Het gaat dus niet alleen om het luisteren naar gemarginaliseerde groepen, het maakt daarbij ook uit wélke mening ze hebben. Het pleidooi komt aldus neer op dat je moet luisteren naar degenen uit gemarginaliseerde groepen die zich gekwetst voelen door een vergelijking. Niet naar degenen uit gemarginaliseerde groepen die zelf de vergelijking maken.

Identiteitspolitiek

Zelf vind ik dit een van de beste argumenten tegen identiteitspolitiek. Degenen die identiteitspolitiek bedrijven doen voorkomen alsof het gaat om gemarginaliseerde groepen, maar feitelijk gaat het om hun mening dat je mensen uit deze groepen niet moet kwetsen. Het is echter niet zo dat mensen uit gemarginaliseerde groepen deze mening massaal onderschrijven en dat mensen buiten de betreffende gemarginaliseerde groep deze visie massaal van tafel vegen.

Zo zijn er Joden die de vergelijking tussen de dierindustrie en de Shoah niet vinden kunnen. Het CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israël) maakte zich in december nog boos over de vergelijking die Eerste Kamerlid Peter Nicolaï van de Partij voor de Dieren maakte tussen de moordfabrieken van de Nazi’s en de moordfabrieken voor nertsen. Er zijn niet-Joden die zich aansluiten bij de visie van het CIDI, zoals de voorzitter van de Eerste Kamer Jan Anthonie Bruijn en andere collega Kamerleden.

Tegelijk zijn er niet-Joden die de parallel tussen de dierindustrie en de Shoah wel trekken (zoals Nicolaï), maar ook Joden die dit wel doen. Van Alex Hershaft, overlevende van het getto van Warschau, staat een lezing online die in het licht staat van de vergelijking. De Joodse auteur Isaac Bashevis Singer deed de uitspraak: “In relation to animals, all people are Nazis; for the animals, it is an eternal Treblinka.” Er is minder sprake van homogene groepen dan identiteitspolitiek doet voorkomen.

Begrijpen van anderen

Problematisch is het ‘argument’ dat de makers van Dominion van stal halen als ze schrijven:marginalised groups, whose perspectives those of us from more privileged positions can never, and will never, truly understand or experience.” Dit idee van het niet kunnen begrijpen van ‘de ander’ brengen degenen die aan identiteitspolitiek doen vaak naar voren. Maar als ik als niet-Jood de gekwetstheid van Joden door de Shoah-vergelijking niet kan begrijpen, dan geldt dat ook voor andere niet-Joden. Waarom zou de mening van andere niet-Joden die vinden dat je de vergelijking niet kunt maken dan juister zijn? En waarop baseren zij dat de mening van Joden die gekwetst worden door de vergelijking belangrijker is dan de mening van Joden die zelf de vergelijking maken?

De makers van Dominion hebben het ook over slavernij en verkrachting. Als je het woord verkrachting niet mag gebruiken, hoe moet je het dan noemen als een melkveehouder met zijn arm in de anus van een koe gaat terwijl die koe dat niet wil? Hoe moet je het toe-eigenen van dieren door mensen dan noemen, als ze die dieren ook nog eens gebruiken om winst te maken van hun lichamelijke ‘verdiensten’?

Cultureel ongevoelig

Soms is er niet eens sprake van een vergelijking. Het gebruik van dieren ís slavernij. In 2019 schreef ik op de Vegansoof over paardensport als slavernij. Overigens wilde de opiniewebsite Joop.nl een vergelijkbaar stuk van mijn hand niet plaatsen, omdat het ‘cultureel ongevoelig overkwam.’ Ik zie die houding als een probleem. Niemand heeft het recht om niet gekwetst te worden, maar we hebben wel een plicht om iedere inbreuk op grondrechten, zoals het recht om geen bezit te zijn te zijn, aan de kaak te stellen en daarmee op te komen voor slachtoffers.

Overigens, over gekwetste gevoelens gesproken, je zou evengoed kunnen stellen dat de vergelijking tussen de Shoah en de dierindustrie kwetsend is voor dierenrechtenactivisten. Zij lijden namelijk onder de miskenning van dierenleed en kijkend naar de aantallen slachtoffers is de Shoah een peulenschil bij de dierindustrie.

WILLEM VERMAAT



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *