De NVWA houdt misstanden in slachthuizen in stand

De NVWA houdt misstanden in slachthuizen in stand
Leestijd: 6 minuten

Dit artikel zal ingaan op de rol van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bij misstanden in slachthuizen. In hoeverre bekommert de NVWA zich om dierenwelzijn? In hoeverre is zij er om dat te verbeteren? Hieronder zal allereerst kort worden ingegaan op de NVWA zelf. Vervolgens zal worden ingegaan op gepubliceerde en niet-gepubliceerde rapporten van de NVWA. Dit artikel zal betogen dat de NVWA partijdig is en daardoor veel dierenleed in stand houdt.

NVWA

De Wet Dieren regelt hoe we in Nederland volgens de wetgever met andere dieren moeten omgaan. Binnen de Wet Dieren is de NVWA, die valt onder het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, zowel toezichthouder (artikel 8.1) als opsporingsdienst (artikel 8.14). Die keuze klinkt misschien wat vreemd, maar een korte overdenking doet beseffen waarom voor de NVWA gekozen is: andere dieren, afgezien van huisdieren misschien, worden gezien als producten voor menselijke consumptie. Kippen worden gezien als drumsticks. Koeien worden gezien als biefstuk of mooie schoenen. Varkens als spareribs. Krokodillen en slangen als moderne tassen. En beren als vloerkleden. Wie het ‘goed’ voor heeft met kippen en koeien ziet ze als producenten van eieren en melk. De NVWA moet de kwaliteit van al die ‘waren’ beschermen. Dat is het belangrijkst. Als aan de kwaliteitseisen voldaan wordt, dient de NVWA erop toe te zien dat dat met zo weinig mogelijk leed gebeurt. Daarom voert zij onder andere steekproefgewijs controles uit binnen Nederlandse slachthuizen.

Gepubliceerde rapporten

Uit gepubliceerde rapporten van de NVWA over de periode 2014-2017 blijkt dat slachthuizen dierenwelzijn niet zo hoog in het vaandel hebben staan (NVWA, 2018a & 2018b). Zo heeft de NVWA data bijgehouden over in hoeverre het ‘steken en verbloeden’[1] tijdens inspectie op de juiste manier gebeurde. Wanneer dat niet goed gaat lijdt het dier langer. Nalevingspercentages zouden 100% moeten zijn, maar waren in een tijdsinterval nog geen 85%. De eerste vraag die dan rijst is hoe dat percentage zou zijn op alle andere dagen, wanneer er geen inspecteur aanwezig is bij de slacht. Het is aannemelijk dat de naleving fors hoger is wanneer een inspecteur zichtbaar aanwezig is in het slachthuis.

Niet-gepubliceerde rapporten

Hoewel de NVWA in haar Jaarverslag 2017 (NVWA, 2018c) schrijft te streven “naar maximale transparantie in haar handelen“, is het opmerkelijk hoe summier haar informatievoorziening naar het publiek is. De gepubliceerde rapporten omtrent slachthuizen bevatten met name weinigzeggende algemeenheden. Wat gaat er dan bijvoorbeeld fout bij het steken en verbloeden? Misschien beschikt de NVWA gewoon niet over meer relevante deelbare informatie? Maar dat bleek niet zo te zien. RTL Nieuws (2018) kreeg toegang tot niet-gepubliceerde rapporten van de NVWA en concludeerde dat er sprake was van ernstige misstanden in Nederlandse “horrorslachthuizen”. In september 2018 kwam ik in het bezit van dezelfde rapporten en helaas kan ik de bevindingen van RTL Nieuws bevestigen (Collard & Van den Berg, 2018a; 2018b).

Boetes

De niet-gepubliceerde rapporten tonen 59 overtredingen op het gebied van ‘dierenwelzijn’ of ‘dierenleed’, bij 19 slachthuizen, tussen 30 juli 2014 en 5 april 2017. In de meeste gevallen werd beboet, naar aanleiding van de waarneming van een inspecteur (een dierenarts) van de NVWA, met sanctiebedragen van 1500 tot 5000 euro per overtreding.

De NVWA legde een slachthuis een boete van 2500 euro op, omdat een medewerker driemaal in anderhalf uur werd aangesproken op het taseren (stroomstootwapen) van onvolwassen runderen om ze op te drijven.

Dan de volgende casus: “Tijdens mijn inspectie bevond ik mij in de slachthal waar ik in een hoek een rood vleeskratje zag staan met vachtharen zichtbaar door de handvat opening. Medewerker … deelde mij mede dat het geitjes betrof die hij zelf gedood had om voor eigen consumptie mee naar huis te nemen. Ik zag dat er zich in het kratje 4 kleine geitenbokjes bevonden waarvan de hals was doorgesneden. Ik zag ook dat 1 van de geitjes nog leefde, ademde, zijn poten bewoog en zich probeerde op te richten.” De NVWA legde hiervoor een boete op van 2500 euro. Niet omdat het gestoken geitje al geruime tijd lag te lijden in afwachting op de dood, maar omdat de medewerker van het slachthuis niet in het bezit was van een ‘getuigschrift van vakbekwaamheid’.

Varkens worden volgens de Nederlandse voorschriften in de hals gestoken en dienen vervolgens uit te bloeden. Als ze overleden zijn worden ze in een ‘broeibak’ geworpen, in water dat ongeveer 60 graden celsius is, om viezigheid van het vlees los te weken. Indien bij het dode lichaam van een varken een steekgat ontbreekt, dan betekent dit dat het varken levend in de broeibak terecht is gekomen. Hiervoor deelt de NVWA boetes van 1500 euro uit. Het viel op dat er relatief veel beboet is voor dit strafbare feit. Aanvankelijk dacht ik dat dit te maken had met het gruwelijke leed dat hieraan gepaard gaat. Echter, vermoedelijk speelt wat een inspecteur schrijft een grotere rol: “Door het niet verbloeden van het varken heeft het karkas een afwijkende consistentie en heb ik het ongeschikt voor menselijke consumptie verklaard.

In een ander slachthuis werd in februari 2017 waargenomen hoe geitjes met doorgesneden keel (ritueel geslacht, dus onverdoofd), los kwamen uit de ‘fixatiemachine’[2], waardoor het langer duurde voor ze stierven. Hiervoor ontving het slachthuis een boete van 2500 euro. De inspecteur schreef: “Ik wees de medewerker erop dat deze dieren naar aanleiding van eerdere bevindingen op dit slachthuis niet onbedwelmd mochten worden geslacht en dat ze bedwelmd moesten worden“. Voor die eerdere bevindingen zijn in de drie jaren daarvoor, blijkens de rapporten, echter geen boetes uitgeschreven.

De NVWA deelde een boete van 1500 euro uit toen een rund, naar aanleiding van een rituele slachting, vijf minuten heeft geleden met een opengesneden keel. De inspecteur zag hoe een rund, conform procedure, werd geslacht door het onverdoofd maken van een grote halssnede: “Hierna zag ik dat de slachter een penschiettoestel aangereikt kreeg. Ik zag dat hij deze op de kop van het rund plaatste en afdrukte. Ik zag dat het penschiettoestel weigerde. Ik zag dat de slachter het apparaat teruggaf aan degene die het hem aanreikte en dat deze laatste persoon het penschiettoestel opnieuw van een patroon voorzag. Ik zag dat de slachter het penschiettoestel wederom op de kop van het rund plaatste en afdrukte. Ik zag dat het penschiettoestel wederom weigerde. Hierop is de slachter een ander penschiettoestel gaan halen. Ik zag dat het tweede penschiettoestel wel functioneerde. De tijd tussen de halssnede en het schot met het tweede penschiettoestel was ongeveer 5 minuten“. De slachter verklaarde hierover: “‘Het penschiettoestel wat vanmorgen weigerde deed dat omdat het vuil was. Degene die het normaalgesproken onderhoudt is met vakantie. Het reserve penschiettoestel moet op de plek van het doden aanwezig zijn.’

Recidive

In het jaarverslag van 2017 schrijft de NVWA (2018c) over allerlei werkzaamheden die zij verricht. Over slachthuizen wordt daarin amper geschreven, wat opmerkelijk is gelet op de misstanden. Hoewel sommige slachthuizen zeer hardnekkig zijn wanneer het gaat om het volgen van de dierenwelzijnswetgeving, blijkt de NVWA relatief coulant te zijn. Verhogingen van boetes bij herhaalde overtredingen komen niet vaak voor. Het is lastig om dierenleed uit te drukken in gerechtvaardigde sanctiebedragen. Dat komt natuurlijk voor een groot deel omdat onze vleesetende samenleving amper waarde hecht aan de belangen van niet-menselijke dieren. Hoe ernstig is het, vanuit het perspectief van de vleeseter, dat een rund vijf minuten met een doorgesneden keel moet wachten tot het uit zijn lijden wordt verlost? Niet zo ernstig; betaal €1500 en het is weer goed.

Uit een bezwaarprocedure blijkt daarnaast dat er in februari 2017 sprake was van een ‘melkveeoverschot’: “In februari werd door de melkveehouderij en overheid een beroep gedaan op de slachterijen om alle medewerking te verlenen aan een extra slacht in verband met het melkveeoverschot“.

Deze punten maken ook duidelijk waarom de NVWA slachthuizen die herhaaldelijk in de fout gaan niet sluit (een uitzondering daar gelaten). De industrie moet draaiende blijven. Zolang niet-sluiting ook maar enigszins verantwoord kan worden zal er niet gesloten worden.

Voor wat betreft de standaard- en maximale hoogtes van de boetes is de NVWA gebonden aan wet- en regelgeving. Bijzonder is echter hoe de NVWA zelfs bij telkens weer recidiverende bedrijven deze standaardzin schrijft: “De risico’s of gevolgen van de door u begane overtreding voor de volksgezondheid, diergezondheid, dierenwelzijn of milieu zijn niet zodanig, dat er aanleiding is om af te wijken van het standaardboetebedrag dat bij deze overtreding hoort“. Dat doet de vraag rijzen hoe de NVWA de steeds weer herhaalde overtredingen beoordeelt.

Conclusie

Roos Vonk (2018) schreef: “Ernstige misstanden in de veehouderij komen steevast aan het licht door ongesubsidieerde organisaties als Animal Rights, Eyes on Animals en Varkens in Nood. Je zou denken dat de NVWA deze organisaties dankbaar is voor hun werk, omdat zij wetsovertredingen naar buiten brengen die anders nooit ontdekt zouden worden. De kille arrogantie van de NVWA in reactie op burgers die zwaar tillen aan deze beelden – mensen die dierenwelzijn wél serieus nemen – roept twijfels op over de onpartijdigheid van de NVWA“.

Hoewel de NVWA dierenwelzijnswetten in fokkerijen, houderijen en slachthuizen inspecteert, dient zij in die industrie primair als kwaliteitscontroleur voor ons voedsel. Daarnaast is het zo dat, hoewel de NVWA nieuwe dierenartsen (inspecteurs) onterecht probeert te lokken met vacatureteksten zoals “Als dierenarts het dierenwelzijn in slachthuizen verbeteren[3], zij feitelijk niet dient om het dierenwelzijn te verbeteren. De NVWA handhaaft de wet, om te voorkomen dat er meer dierenleed plaatsvindt dan de wetgever toestaat. De NVWA houdt echter vreselijk veel dierenleed in stand. Zonder strenge repressieve handhaving zullen er altijd grove welzijnsschendingen blijven plaatsvinden. Doordat de NVWA deel uit maakt van het systeem dat de bio- en zuivelindustrie beschermt, zal daartoe echter niet worden overgegaan. Zij beschermt de productie, kwaliteit en consumptie van waren. Nee, de NVWA is zeker niet onpartijdig.

BART COLLARD

Literatuur

Collard, B.J. & Van den Berg, F. (2018a). De horror in de slachthuizen. Structurele misstanden in Nederlandse slachthuizen. Gepubliceerd op 23 november 2018. Geraadpleegd via http://devegansoof.nl/2018/11/23/de-horror-in-de-slachthuizen-structurele-misstanden-in-nederlandse-slachthuizen/
Collard, B.J. & Van den Berg, F. (2018b). Wat gebeurt er in de Nederlandse slachthuizen? Gepubliceerd op 30 november 2018. Geraadpleegd via
http://www.liberales.be/teksten/2018/11/26/wat-gebeurt-er-in-de-nederlandse-slachthuizen-bart-collard-en-floris-van-den-berg
NVWA (2018a). Naleefmonitor Roodvlees. Dierenwelzijn in kleine en middelgrote roodvlees slachthuizen. Geraadpleegd via https://www.nvwa.nl/onderwerpen/vlees-en-vleesproducten/naleefmonitor-roodvlees-2014-2015-en-2016/dierenwelzijn-in-kleine-en-middelgrote-roodvlees-slachthuizen-2014-2015-en-2016
NVWA (2018b). Naleefmonitor Roodvlees. Dierenwelzijn in grote roodvlees slachthuizen. Geraadpleegd via https://www.nvwa.nl/onderwerpen/vlees-en-vleesproducten/naleefmonitor-roodvlees-2014-2015-en-2016/dierenwelzijn-in-grote-roodvlees-slachthuizen-2014-2015-en-2016
NVWA (2018c). Jaarverslag 2017.
RTL Nieuws (2018). Dieren levend gekookt en gevild in Nederlandse slachthuizen. Gepubliceerd op 19 juni 2018. Geraadpleegd via https://www.rtlnieuws.nl/nederland/dieren-levend-gekookt-en-gevild-in-nederlandse-slachthuizen
Vonk, R. (2018). Heeft de NVWA geen interesse in dierenwelzijn? Gepubliceerd op 17 november 2018. Geraadpleegd via https://joop.bnnvara.nl/opinies/heeft-de-nvwa-geen-interesse-in-dierenwelzijn
[1] De meeste dieren moeten na bedwelming door de twee halsslagaders worden gestoken, waarna ze doodbloeden (Verordening (EG) 1099/2009, bijlage III onder 3.2). In geval van ritueel slachten vindt dat onverdoofd plaats (Verordening (EG) 1099/2009, art. 4 lid 4).
[2] Die machine dient om de dieren ‘vast te zetten’ zodat ze niet los kunnen komen tijdens het slachtproces.
[3] https://www.werkenvoornederland.nl/vakgebieden/ook-dit-is-het-rijk/als-dierenarts-het-dierenwelzijn-in-slachthuizen-verbeteren


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *